Help onze bijen

Honingbijpopulaties over heel de wereld staan onder druk. De afgelopen decennia sterven meer bijenvolken dan gemiddeld. De meeste sterfte treedt op in het late najaar, de winter of het vroege voorjaar. Uit sommige bijenkasten zijn de bijen mysterieus verdwenen (verdwijnziekte of colony collapse disorder), bij andere gestorven bijenvolken liggen de bijen dood in de kast. Wetenschappers zoeken al jaren naar de oorzaak van het verhoogde sterftepercentage onder de honingbijen.

Intussen is er wetenschappelijke consensus over de oorzaak van de bijensterfte. Honingbijen sterven als gevolg van ‘omgevingsstress’. Daarmee wordt bedoeld dat de blootstelling aan een optelsom van omgevingsfactoren leidt tot sterfte van de bijenvolken. Als het ware een emmer die langzaam vol druppelt totdat hij over loopt. Het fenomeen van de bijensterfte is dus zeer complex. Als voornaamste stressoren worden de verschaling van het drachtgebied, de varroamijt, ziekten (al dan niet verspreid door de varroamijt), en pesticidenresiduen genoemd. Daarnaast spelen ook de genetische diversiteit van de bijen, het transporteren en importeren van bijenvolken een rol. Bovendien is de bijensterfte multifactorieel: des interactie tussen de verschillende stressoren drijft het sterftepercentage omhoog.

Het spreekt dan ook voor zich dat zowel imkers, particulieren als land- en tuinbouwers kunnen bijdragen om de bijensterfte terug te dringen. Een van de belangrijkste acties daarbij is het versterken van het drachtgebied voor de honingbij. Uit een meerjarig onderzoek van dr. Michel Asperges (UHasselt) i.s.m. Lieteberg/Steunpunt Bijenteelt Limburg in de periode 2014-2016 blijkt immers dat bijenvolken in Limburg gemiddeld slechts  17,12 kg stuifmeel per jaar verzamelden terwijl een gezond en sterk bijenvolk over minstens het dubbele zou moeten kunnen beschikken (30-40 kg).

Bijen hebben vooral nood aan versterking van het drachtgebied door het aanplanten van een gedifferentieerd aanbod aan kruiden, vaste planten en bloeiende bomen en struiken. Enkel door op grote schaal een voldoende een gedifferentieerd stuifmeelaanbod te voorzien kunnen de bijen hun dieet handhaven en hebben ze een grotere weerbaarheid tegen de andere stressoren.

Meer weten? Alle informatie over de nood aan stuifmeel, het meerjarig onderzoek van dr. Michel Asperges en een uitgebreide fotolijst met bijenplanten is terug te vinden in het boek ‘Pollenstof: “een bijenwandeling door de wereld van bloemen en stuifmeel” (Asperges, Vaes en Lambie, 2016)’. Het boek is online te koop bij Lieteberg.